Welk toestel heb je?
Kies je camera en je krijgt meteen het juiste pad: de instellingen, de techniek en de bewegingen die voor jóuw toestel werken. Heb je beide? Des te beter — samen maken lucht en grond één film.
DJI Mini 5 Pro
Je vliegt en filmt vanuit de lucht. Begin hier voor je instellingen, je eerste vlucht en cinematische bewegingen.
DJI Osmo Pocket 4
Je filmt op de grond met de gimbalcamera. Begin hier voor je instellingen, gimbalmodi en vloeiende loop-technieken.
DJI Osmo Action 6
Je filmt actie én onder water. Begin hier voor je instellingen, het variabele diafragma en filterloos onder water met de Dive-modus.
Het pad in 6 stappen
Of je nu een drone of een gimbal hebt — dit is de volgorde van plat filmpje naar filmisch beeld.
- 01 Ken je toestel
Leer waar de knoppen zitten en wat de modi doen — vóór je je eerste opname maakt.
- 02 Zet je instellingen vast
Pro-modus, 4K, 25 fps, sluiter 1/50 s, ISO 100, witbalans handmatig ~5500 K. Niets op auto.
- 03 Begrijp de 180°-regel
Je sluitertijd ≈ 2× je framerate. Dat geeft natuurlijke, filmische beweging — en bepaalt je ND-filter.
- 04 Componeer bewust
Regel van derden, leidende lijnen, een rechte horizon en diepte in de voorgrond.
- 05 Beweeg met bedoeling
Eén trage, vloeiende beweging per shot. Langzamer oogt bijna altijd duurder.
- 06 Monteer tot een verhaal
Wissel wijde, medium en detailshots af, knip op de muziek, en bouw een begin-midden-eind.
Kleur je beelden
Film je in D-Log M of D-Log? Leer ze graden tot een cinematische look.
De Kleurfilmer →Snap je de termen niet?
ISO, sluitertijd, witbalans, LUT — alle filmtaal in één zin uitgelegd.
Naar de begrippenlijst →Alle artikelen
Verdiepende gidsen over techniek, licht, montage, regels en bestemmingen.
Naar de artikelen →