De kracht van de Pocket 4 zit in de gimbal: die maakt vloeiende beelden mogelijk die je uit de hand nooit zou halen. Maar je moet 'm wel goed gebruiken. Eerst de modi, dan de bewegingen.
De drie gimbalmodi
- Follow: de standaard. De camera volgt jouw beweging zacht en vertraagd — vloeiend voor de meeste shots.
- Tilt-locked: de horizon blijft waterpas terwijl je draait of rond een onderwerp loopt. Ideaal voor orbits.
- FPV: de gimbal kantelt mee met je hand. Dynamisch en energiek — voor actie, niet voor rust.
De vier basisbewegingen
Jij bent het statief én de slider. Beweeg met je lichaam, niet met de (digitale) zoom.
- Push in / out: loop langzaam naar je onderwerp toe of ervandaan. Vervangt een dure dolly.
- Reveal: loop achter een voorgrond-object langs zodat je onderwerp tevoorschijn komt.
- Follow: loop achter of naast een bewegend onderwerp mee.
- Orbit: loop in een cirkel rond een onderwerp (in Tilt-locked voor een rechte horizon).
Vloeiend lopen: het ninja-loopje
Buig je knieën licht, rol af van hiel naar teen, en houd je armen dicht bij je lichaam als demper. De gimbal werkt de rest weg. Adem rustig — verkrampen geeft schokken.
ActiveTrack & transitions
Met ActiveTrack houdt de camera een onderwerp automatisch in beeld terwijl jij vrij beweegt. Voor energieke montages werken whip pans (snelle zwaai naar links/rechts, knip op het wazige moment) en een hand-over-lens als naadloze overgang tussen twee scènes.
Zet je sluiter niet te traag bij het lopen — dan wordt beweging alsnog schokkerig, ondanks de gimbal. Blijf op 1/50 s bij 25 fps en gebruik buiten een ND-filter.
De volledige techniek staat in De Grondfilmer, en de exacte opname-instellingen vind je hier.