Een nieuwe drone heeft tientallen instellingen, en de meeste hoef je nooit aan te raken. Dit zijn de paar die het verschil maken tussen "vlogcamera-in-de-lucht" en echt cinematische beelden. Zet ze één keer goed en je bent klaar.
1. Vlieg in Cine-modus
De modusschakelaar (Cine / Normal / Sport) is je belangrijkste creatieve knop. Cine maakt de drone traag en vloeiend — precies wat je wilt voor mooie beelden. Normal is voor verplaatsen, Sport voor snelheid (maar zonder obstakeldetectie).
2. Resolutie en beeldsnelheid
4K op 30 fps is je veilige standaard voor een filmische look. Wil je later vertraagde (slow-motion) beelden? Schiet die specifieke shots op 4K 60 fps of hoger.
3. Kleurprofiel
Begin met het normale (niet-log) profiel: het ziet er meteen mooi uit en je hoeft niet te kleuren. Pas als je vertrouwd bent met monteren stap je over op een log-profiel voor meer ruimte in de nabewerking.
4. Veiligheid: RTH-hoogte en obstakeldetectie
- Return-to-Home-hoogte hoger dan het hoogste object in de buurt — anders vliegt de drone bij terugkeer ergens tegenaan.
- Obstakeldetectie aan in Cine en Normal. In Sport staat hij uit, dus wees daar extra voorzichtig.
90% van je mooie beelden maak je in Cine-modus. Zet hem standaard daarop en je bent voor de meeste shots klaar.
Wil je elke knop écht leren kennen en je eerste filmische vlucht maken? Dat is precies waar De Vluchtfilmer mee begint — gratis, met een snelstart die je in een halfuur in de lucht heeft.