Alle instellingen — per situatie
6 min lezenLeerdoelNa deze module zet je de Pocket 4 goed: framerate gelijk aan je drone, sluiter ~1/50 s.
- Match je framerate met je drone (24 fps basis)
- D-Log = vrijheid, Normal = snel klaar; niet mengen
- 180°-regel: sluiter ≈ 2× framerate
Nu de instellingen die je beeld maken of breken. Dit hoofdstuk is je naslag: niet om uit je hoofd te leren, maar om te begrijpen wát je instelt en waaróm. En één keuze is cruciaal voor jouw doel — het kleurprofiel, want dat moet matchen met je drone. Daarover zo meer.
Resolutie & framerate
De Pocket 4 filmt 4K tot 120fps, en zelfs 4K/240fps in slow motion. Maar meer is niet altijd beter — het gaat om matchen met je drone en met je verhaal.
- 4K bij 24 of 25fps: je standaard voor cinematische beelden. 24fps geeft de filmische look. Kies dezelfde framerate als je drone zodat de beelden in de montage op elkaar aansluiten.
- 4K bij 50/60fps: voor als je achteraf vertraagd wilt afspelen (smooth slow motion) of voor snellere actie.
- 4K/120 of 240fps (slow motion): voor extreme vertraging — water dat opspat, een vogel die opvliegt. Spaarzaam gebruiken; het is een effect.
Films je Mini 5 Pro op 24fps? Zet de Pocket 4 dan óók op 24fps voor je gewone shots. Verschillende frameraten in één tijdlijn zien er rommelig uit. Eén framerate als basis, en alleen bewust afwijken voor slow motion.
Het kleurprofiel — de belangrijkste keuze
Hier zit het hart van het matchen met je drone. Je veegt naar links om het kleurprofiel te kiezen. Er zijn drie opties, en het verschil bepaalt hoe je beelden samenkomen:
- Normal: kant-en-klaar beeld, mooie kleuren direct uit de camera. Makkelijk, maar weinig ruimte om achteraf bij te sturen. Prima als je niet wilt graden.
- D-Log: een vlak, ontkleurd profiel dat maximale informatie bewaart in schaduwen en hooglichten. Ziet er saai uit op het scherm, maar geeft je alle vrijheid bij het kleuren. 14 stops dynamisch bereik, 10-bit. Dit is het profiel voor een echte film.
- HLG: een HDR-profiel. Krachtig, maar gebruikt een andere kleurruimte (BT.2020). Meng dit niet met Normal of D-Log in dezelfde film — dat geeft kleurproblemen.
Je Mini 5 Pro filmt in D-Log M (een vereenvoudigde log). De Pocket 4 filmt in echte D-Log. Dat zijn nét verschillende profielen. Ze matchen prima — maar alleen als je ze in de montage allebei apart naar dezelfde basis converteert. Hoe je dat doet behandelen we in module 11 (Monteren & kleur). Onthoud nu alleen: film de Pocket 4 in D-Log als je een gegradede film wilt, en film hem in Normal als je snel klaar wilt zijn — maar wees consistent.
ISO & sluitertijd
- ISO: de lichtgevoeligheid (50–12.800). Houd 'm zo laag mogelijk voor schone beelden. Overdag ISO 100–400; in de schemer loopt 'ie vanzelf op. Boven ~3200 zie je ruis.
- Sluitertijd — de 180°-regel: zet je sluitertijd op ongeveer twee keer je framerate. Film je 24fps, dan sluitertijd 1/50. Dit geeft natuurlijke bewegingsonscherpte — beweging die vloeiend oogt in plaats van schokkerig. Bij 50fps wordt het 1/100.
Wat te doen bij fel licht
Overdag haal je met die 180°-regel al snel té veel licht binnen — je beeld wordt overbelicht. De oplossing is een ND-filter (een grijsfilter dat licht tegenhoudt), net als bij je drone. Zo kun je je sluitertijd laag houden voor mooie motion blur, ook in de volle zon. Investeer in een ND-set voor de Pocket 4.
Oefening 3A — Profielen vergelijken
Film dezelfde scène twee keer: één keer in Normal, één keer in D-Log. Kijk het verschil op je scherm. Zet ze later naast elkaar op je computer en zie hoeveel vlakker D-Log is — dat is de "ruimte" die je krijgt om te kleuren.
- Match je framerate met je drone (meestal 24fps als basis)
- D-Log = vlak maar maximale vrijheid; Normal = snel klaar; HLG niet mengen
- Mini 5 Pro is D-Log M, Pocket 4 is echte D-Log — matchen doe je in de montage
- 180°-regel: sluitertijd ≈ 2× framerate (24fps → 1/50)
- ISO laag houden; ND-filter tegen overbelichting overdag